donderdag 4 oktober 2007

Het kloosterleven (Deel 3/3)

Donderdag 19 juli.
Gisterenavond heb ik besloten dat ik eerder weg ga. Mijn oorspronkelijke plan was om te blijven tot en met zondag, zodat ik een hele week zou meedraaien in het leven van gebed van deze zusters. Nu heb ik besloten om vanmiddag weg te gaan.
Om half 6 ’s morgens schrijf ik: ‘ Het is momenteel half 6 ’s morgens en ik ben al ruim 2 uur uit bed. Ik ben naar de nachtwake geweest. Het was erg mooi, toch wil ik hier weg… Ik kan er niet tegen dat ze hier blijven bidden voor de overledenen en dat ze bijna iedere keer door Maria tot Jezus bidden in de vorm van de Mariale doxologie. Het staat me meer en meer tegen. Ook de muziek/liturgie vind ik moeilijk. Enerzijds is het heel rustig en sacraal, anderzijds kan je niet eens een keer lekker uit volle borst meezingen of een keer iets anders doen dan de liturgie voorschrijft.

De stilte hier is wel echt heerlijk en ik vraag me af of deze thuis terug te vinden is. De vragen waarmee ik ben gekomen heb ik nog steeds. Toch heb ik ook gevonden wat ik zocht… stilte. Aan de andere kan zit er, sinds ik gisteravond besloten heb om vandaag al naar huis te gaan, een soort onrustige nieuwsgierigheid: hoe zou het gaan als ik weer thuis ben? Wat zullen ze ervan zeggen als ik eerder thuiskom? Wat vertel ik iedereen en wat niet?
Ik kan heel makkelijk en naar waarheid zeggen dat ik hier bitterslecht kon slapen… toch is dat niet de reden dat ik weg wil. Natuurlijk heeft het ook een rol gespeeld in de beslissing, maar dat niet alleen.
Stiekem verlang ik naar een beetje nuchterheid en weet ik voor als ik een volgende keer weer rust en regelmaat zoek, dat ik beter kan kijken voor een protestants klooster.’

Ondanks mijn gegroeide afkeer van de Mariale doxologie, wil ik deze serie over mijn kloosterervaringen daarmee afsluiten, net als zij iedere dienst eindigden met:
‘Laten wij God loven.
Wij danken U, God
Gezegende moeder van God, Maria,
U gedenkend, bevelen wij onszelf,
Elkander, en heel de wereld, door U
Aan Christus onze God. Amen.’

Het kloosterleven (Deel 2/3)

Dinsdag 17 juli.
Mijn dag begint al vroeg. De nonnen zijn gewoon om iedere dag om 4.05u te beginnen met de nachtwake. En net als voor ieder getijde, luidt de klok. Ook ik hoor hem en ben blij dat ik nog even in mijn bed mag blijven liggen. Mijn oor protesteert wanneer ik te lang op ‘m heb gelegen, kreunend draai ik me om, om erachter te komen dat het kussen en de rest van het bed eigenlijk heel hard is. Ach, wat geeft het, denk ik bij mezelf, een paar dagen Spartaans leven moet vol te houden zijn. De zusters leven hier hun hele leven, dus waar maak ik me druk om?

Om 7.10u begint de klok weer te luiden. Ditmaal ben ik er op voorbereid. Ik zoek mijn bijbel en dagboekje bij elkaar en loop naar de kapel.
Ik merk dat ik vroeg ben, veel zusters zijn er nog niet en ook veel gasten zitten nog niet in de, voor gasten bestemde, banken. Kijkend naar de zusters verbaas ik me over de leeftijd van sommige zusters. Weer komt de vraag bij mij naar boven: ‘Wat bezield deze zusters om hun leven weg te gooien en opgesloten te willen worden in een klooster?’
Met dat ik mezelf in gedachten deze vraag hoor stellen besef ik dat ik een oordeel vel, waarvan ik geen recht heb om het te vellen. Daarnaast zegt deze uitspraak meer over mij, dan over hen. Ik houd teveel van deze wereld om eruit weg te gaan. Anderzijds ben ik van mening dat mensen vaak meer voor God kunnen betekenen buiten een klooster dan daarin. Zo lopen er bijvoorbeeld nog genoeg weeskinderen rond in Afrika, in de sloppenwijken in Zuid-Amerika wonen ook nog genoeg mensen, en zelfs in West-Europa en Nederland is er nog genoeg te doen voor daklozen, zwervers en prostituees. Maar wie ben ik, dat ik voor God mag beslissen waar Hij mensen wil hebben? Om te beslissen voor God, wat Hij wil doen? Nadenkend over deze vragen, lezend en biddend, zoekend naar God kom ik de dag door.