maandag 17 maart 2008

Bloedrode rozen

De pijn in mijn hart is groeiend en bloeiend. Bloedrode rozen kruipen omhoog, langs de wand van mijn hart. Tranen vervullen mijn ogen, om wat geweest is en nooit meer hier zijn zal. Om het nu pas beseffen van dat wat voorbij is, van dat wat gedacht is, van dat wat gezien is, van dat wat nooit meer zijn zal als het was.
De doornen van de bloedrode rozen steken mijn hart wanneer ze groeien naar omhoog. Mijn hart krimpt ineen, en vult zich dan weer met tranen en pijn. De bloedrode rozen raken mijn hart, prikken mij, steken mij, tot ik het uit wil schreeuwen van pijn en verdriet, om wat voorbij is en nooit meer wezen zal. Ik wil ze snoeien, die bloedrode rozen, ik wil ze kwijt. Maar snoeien lukt niet meer, het is voorbij…

donderdag 17 januari 2008

Gevuld met een zwart hart

Even leek de wereld alleen uit donkergrijs en zwart te bestaan. Kleuren verdwenen uit mijn gedachten en maakten plaats voor donkere grijstinten. Mijn geest liet geen ruimte voor ook maar een enkel spoortje kleur. Mijn omgeving was al gekleed in een stemmig zwart met grijs en nu had ook mijn geest dat overgenomen. Overmand door een vreemd wee gevoel, dat bestempeld kan worden als gemis, vulden mijn ogen zich met tranen, groeide mijn verdriet. Mijn hart vulde zich met zwart in uren durende seconden.

Enkel de zon leek roet in het eten te willen gooien en niet mee te doen aan mijn, met zwart gevulde, hart. Want net toen mijn geest de kleuren verdreef en mijn hart vervuld werd met zwart, scheen zij haar licht de ruimte in. Stiekem om een hoekje, doordringend tot in het diepst van mijn ziel. Hier had ik om gebeden! En God had mij verhoord.

zondag 30 december 2007

‘Bah’ is een leugen!

Soms loop je in het leven opeens wijze mensen tegen het lijf. In de meeste gevallen blijft het niet alleen bij het punt dat ze alleen wijs zijn, maar komt het ook tot het overbrengen van die wijsheid, inzichten en levenslessen. Dit overkwam ook mij.

Sommige mensen in mijn omgeving weten dat ik de laatste tijd niet helemaal lekker in m’n vel zat. Ik was vaak en veel moe, zag het leven met enige regelmaat een stuk zwarter dan voorheen en kon soms de moed niet opbrengen om mezelf bijeen te rapen en stug door te gaan.
Nee, ik was niet depressief, hooguit op weg daar naartoe, maar ik weigerde depressief te zijn. Het feit dat ik nog iedere morgen mezelf zover kon krijgen dat ik toch uit m’n bed stap was een zeer positief teken.
Deze blog is bedoeld om iets door te geven van de wijze les die ik mee kreeg van een wijs man.

Wat ik net verteld heb, schetst ongeveer de achtergrond van het gesprek. Die dag zag ik niet zitten. En niet alleen die dag, maar ook de volgende en de daarop volgende en de daarop volgende enzovoort… Een tamelijk moedeloos vooruitzicht dus. Om iets van mijn stemming weer te geven had ik, zoals ik vaker doe, iets neergeschreven in m’n msn-naam.
Simone – Bah…
Niet echt heel inspirerend en opbeurend, maar wel een duidelijke indicatie van mijn stemming. Maar daarmee begon het gesprek.
‘Bah is een leugen ;)’ sprak hij de eerste zin. Lekker is dat, dacht ik bij mezelf en dat vertelde ik hem ook. Het was op dat moment namelijk wel de samenvatting van mijn gevoel. ‘Het leven is goed, mooi en genieten. Alles wat daar tegenin gaat, moet wijken voor die waarheid. Wat je nu voelt en ervaart ontken ik niet, maar het is wel een leugen over het leven. Jaaa, er is HOOP ;) ..dat lijkt me ook een mooi woord, leuker dan bah.’
‘Ja, ik wil voorkomen dat je je gevoel gelijk gaat stellen met de waarheid over het leven… :) Daarom zeg ik ook: watch your mind.’
‘Denk de waarheid en laat dat je leven beïnvloeden. Iedere dag is een dag van God, een dag van bestemming met Hem, een dag die barst van leven, mooie dingen en trieste dingen, maar per definitie goed omdat ik in Hem leef. Gedachten zijn niet goed of slecht, ze zijn waar of niet waar, ze weerspiegelen de bedoeling van dit leven of niet. Als je denkt: deze dag wordt het niks en vervolgens denk je: deze gedachte is slecht. Dan denk je vervolgens: ik heb slechte gedachten, ik ben slecht… shoot: een slechte dag en een slechte ik.’ Neem gedachten gevangen en breng ze bij Christus.[1] Dus niet denken: slechte dag, slechte ik, maar als je denkt: deze dag wordt het niks, denk dan vervolgens: dat is niet waar, dat is onzin.’

‘Kijk eens naar buiten… de dag die je net buiten zag heeft God gemaakt, en Hij wou jou er deel van uit laten maken. Dat is een van de bewijzen van Zijn liefde voor jou.’

Het klonk heel simpel zoals hij het vertelde, maar ondertussen weet ik dat het strijd kost, veel strijd om iedere dag weer vanuit die waarheid te leven. En de ene dag lukt dat beter dan de andere dag. Ik lees nog regelmatig het gesprek wat we hadden na.
‘Iedere dag is een dag van God’ en ‘het is niet waar dat ik slecht ben, omdat ik slecht denk’, twee wijze woorden van een wijs man, want ‘bah’ is een leugen…

[1] 1 Kor. 10:5

donderdag 20 december 2007

Verwondering...

Ken je dat gevoel, dat je zou willen dat je schilderen kon? Dat je zo mooi zou kunnen tekenen en kleuren neerleggen op papier? Op zo’n manier dat mensen er de werkelijkheid, gezien door jou ogen, door kunnen zien.

Het beeld, wat ik zie, roept zo’n verwondering op. Alles is prachtig gemaakt, geschilderd, geschapen…
De scherpe contouren van verticale stukken, met daarachter een wit, grijze achtergrond, met lichte pastel kleurige tinten. Een fel wit, gele bol, die de zon genoemd zou worden. Vandaar uit zouden de kleuren terugkomen. Pastelgeel, daarna pasteloranje, pastelroze, pastelpaars, pastelblauw en in alles een ijzige witheid, alsof de Maker ervan geschilderd heeft met slechts weinig geconcentreerde waterverf.
De ijzige kou gevangen in het beeld dat op mijn netvlies staat gebrand. Nergens felle kleuren, alleen in contrast, de diepe afwezigheid van kleur in de contouren van de bomen. Sommige recht omhoog, andere kronkelig. De een dik en statig, een ander dun en iel. Allen gekneed door die Ene. Die Ene die verwondering schept!

donderdag 4 oktober 2007

Het kloosterleven (Deel 3/3)

Donderdag 19 juli.
Gisterenavond heb ik besloten dat ik eerder weg ga. Mijn oorspronkelijke plan was om te blijven tot en met zondag, zodat ik een hele week zou meedraaien in het leven van gebed van deze zusters. Nu heb ik besloten om vanmiddag weg te gaan.
Om half 6 ’s morgens schrijf ik: ‘ Het is momenteel half 6 ’s morgens en ik ben al ruim 2 uur uit bed. Ik ben naar de nachtwake geweest. Het was erg mooi, toch wil ik hier weg… Ik kan er niet tegen dat ze hier blijven bidden voor de overledenen en dat ze bijna iedere keer door Maria tot Jezus bidden in de vorm van de Mariale doxologie. Het staat me meer en meer tegen. Ook de muziek/liturgie vind ik moeilijk. Enerzijds is het heel rustig en sacraal, anderzijds kan je niet eens een keer lekker uit volle borst meezingen of een keer iets anders doen dan de liturgie voorschrijft.

De stilte hier is wel echt heerlijk en ik vraag me af of deze thuis terug te vinden is. De vragen waarmee ik ben gekomen heb ik nog steeds. Toch heb ik ook gevonden wat ik zocht… stilte. Aan de andere kan zit er, sinds ik gisteravond besloten heb om vandaag al naar huis te gaan, een soort onrustige nieuwsgierigheid: hoe zou het gaan als ik weer thuis ben? Wat zullen ze ervan zeggen als ik eerder thuiskom? Wat vertel ik iedereen en wat niet?
Ik kan heel makkelijk en naar waarheid zeggen dat ik hier bitterslecht kon slapen… toch is dat niet de reden dat ik weg wil. Natuurlijk heeft het ook een rol gespeeld in de beslissing, maar dat niet alleen.
Stiekem verlang ik naar een beetje nuchterheid en weet ik voor als ik een volgende keer weer rust en regelmaat zoek, dat ik beter kan kijken voor een protestants klooster.’

Ondanks mijn gegroeide afkeer van de Mariale doxologie, wil ik deze serie over mijn kloosterervaringen daarmee afsluiten, net als zij iedere dienst eindigden met:
‘Laten wij God loven.
Wij danken U, God
Gezegende moeder van God, Maria,
U gedenkend, bevelen wij onszelf,
Elkander, en heel de wereld, door U
Aan Christus onze God. Amen.’

Het kloosterleven (Deel 2/3)

Dinsdag 17 juli.
Mijn dag begint al vroeg. De nonnen zijn gewoon om iedere dag om 4.05u te beginnen met de nachtwake. En net als voor ieder getijde, luidt de klok. Ook ik hoor hem en ben blij dat ik nog even in mijn bed mag blijven liggen. Mijn oor protesteert wanneer ik te lang op ‘m heb gelegen, kreunend draai ik me om, om erachter te komen dat het kussen en de rest van het bed eigenlijk heel hard is. Ach, wat geeft het, denk ik bij mezelf, een paar dagen Spartaans leven moet vol te houden zijn. De zusters leven hier hun hele leven, dus waar maak ik me druk om?

Om 7.10u begint de klok weer te luiden. Ditmaal ben ik er op voorbereid. Ik zoek mijn bijbel en dagboekje bij elkaar en loop naar de kapel.
Ik merk dat ik vroeg ben, veel zusters zijn er nog niet en ook veel gasten zitten nog niet in de, voor gasten bestemde, banken. Kijkend naar de zusters verbaas ik me over de leeftijd van sommige zusters. Weer komt de vraag bij mij naar boven: ‘Wat bezield deze zusters om hun leven weg te gooien en opgesloten te willen worden in een klooster?’
Met dat ik mezelf in gedachten deze vraag hoor stellen besef ik dat ik een oordeel vel, waarvan ik geen recht heb om het te vellen. Daarnaast zegt deze uitspraak meer over mij, dan over hen. Ik houd teveel van deze wereld om eruit weg te gaan. Anderzijds ben ik van mening dat mensen vaak meer voor God kunnen betekenen buiten een klooster dan daarin. Zo lopen er bijvoorbeeld nog genoeg weeskinderen rond in Afrika, in de sloppenwijken in Zuid-Amerika wonen ook nog genoeg mensen, en zelfs in West-Europa en Nederland is er nog genoeg te doen voor daklozen, zwervers en prostituees. Maar wie ben ik, dat ik voor God mag beslissen waar Hij mensen wil hebben? Om te beslissen voor God, wat Hij wil doen? Nadenkend over deze vragen, lezend en biddend, zoekend naar God kom ik de dag door.

zondag 19 augustus 2007

Vertrouwen...

Vertrouwen…
wat is dat?
Hopen op iemand?
Geloven in iets?
Of is het ‘geloof in iemands trouw en eerlijkheid’?
Maar als dit het dan is…

Vertrouwen…
hoe moet je dat doen?
Moet je een cursus volgen?
Of hard bidden om ’t geluk,
de juiste mens te treffen?
Of juist wachten tot je het op een briefje uit de hemel krijgt?
Nee… vertrouwen… vertrouwen moet je met je hart.

Vertrouwen…
maar op wie dan?
De buurvrouw?
Of op verstand en eigen inzicht?
Of moet je juist hard bidden om ’t geluk
de juiste mens te treffen?
Nee… vertrouwen moet je leren… oefen maar op God.