donderdag 4 oktober 2007

Het kloosterleven (Deel 2/3)

Dinsdag 17 juli.
Mijn dag begint al vroeg. De nonnen zijn gewoon om iedere dag om 4.05u te beginnen met de nachtwake. En net als voor ieder getijde, luidt de klok. Ook ik hoor hem en ben blij dat ik nog even in mijn bed mag blijven liggen. Mijn oor protesteert wanneer ik te lang op ‘m heb gelegen, kreunend draai ik me om, om erachter te komen dat het kussen en de rest van het bed eigenlijk heel hard is. Ach, wat geeft het, denk ik bij mezelf, een paar dagen Spartaans leven moet vol te houden zijn. De zusters leven hier hun hele leven, dus waar maak ik me druk om?

Om 7.10u begint de klok weer te luiden. Ditmaal ben ik er op voorbereid. Ik zoek mijn bijbel en dagboekje bij elkaar en loop naar de kapel.
Ik merk dat ik vroeg ben, veel zusters zijn er nog niet en ook veel gasten zitten nog niet in de, voor gasten bestemde, banken. Kijkend naar de zusters verbaas ik me over de leeftijd van sommige zusters. Weer komt de vraag bij mij naar boven: ‘Wat bezield deze zusters om hun leven weg te gooien en opgesloten te willen worden in een klooster?’
Met dat ik mezelf in gedachten deze vraag hoor stellen besef ik dat ik een oordeel vel, waarvan ik geen recht heb om het te vellen. Daarnaast zegt deze uitspraak meer over mij, dan over hen. Ik houd teveel van deze wereld om eruit weg te gaan. Anderzijds ben ik van mening dat mensen vaak meer voor God kunnen betekenen buiten een klooster dan daarin. Zo lopen er bijvoorbeeld nog genoeg weeskinderen rond in Afrika, in de sloppenwijken in Zuid-Amerika wonen ook nog genoeg mensen, en zelfs in West-Europa en Nederland is er nog genoeg te doen voor daklozen, zwervers en prostituees. Maar wie ben ik, dat ik voor God mag beslissen waar Hij mensen wil hebben? Om te beslissen voor God, wat Hij wil doen? Nadenkend over deze vragen, lezend en biddend, zoekend naar God kom ik de dag door.

Geen opmerkingen: